Ronald een
geweldige broer
28 oktober 1965. 10 jaar.
Donderdag vroeg iedereen is al wakker. Ik hoor nu pas het geluid van een baby en
vreemde stemmen Die dag word jij geboren. Ronald Voois.
Wat hebben we er naar
uitgekeken. Hoe vaak zijn we de babykamer niet ingegaan met het behang met de
dieren figuren.En daar was je dan. In een huis met 6 stoere broers en 2 zussen
ben jij daar bijgekomen, nog zo klein. Blij, trots en opgewonden gaan we naar
school. Het valt wel op dat de dokter nog veel blijft komen.
Zal er wel bijhoren, je bent toch een prachtige broer. Zie nog op een dag
de ziekenwagen de straat uitrijden, zie nog de zorgen en verdriet in de ogen van
je moeder, onze Tante, hoor nog de gesprekken over onderzoek en operaties….
Maar eindelijk is het weer feest, kom je weer thuis. Wel met een fiks litteken
op je buik en af en toe nog wel een bezorgde dokter, die het bij ons wel
gezellig vind en zo af en toe aan tafel aanschuift.
Wat zijn we allemaal gek
op je. We maken afspraken wie nu weer achter de kinderwagen mag lopen. Je wordt
steeds molliger, krijgt allerlei troetelnamen wordt door iedereen geknuffeld en
schieten we in de lach om de dingen
die je doet, rennen we weer hard uit school om je te zien en bij je te zijn.
Zie weer een auto de
straat inrijden. Nu een schoolbusje. Je
wil niet mee, huilt moord en brand maar word je toch, om bestwil, afgegeven aan
vreemde mensen. Weer zie ik het
verdriet en zorgen van je moeder. Komen de tranen van de andere kant. En de
vragen……Een bericht komt binnen. In een huis waar altijd van alles gebeurt is
het even stil. De uitslag van het Ziekenhuis uit Leiden is hard. Een
spierziekte. Niets is uitgesloten, zijn er zorgen. Ook
je moeder, onze Tante, blijkt de spierziekte te hebben. Je bent pas 20
jaar als ze overlijdt, een week
later, totaal onverwachts, Pa. We
zijn perplex.
Ron, wat heb je het naar
je zin. Je kamer is prachtig ingericht. Een vertrouwd beeld, een bureau,
koptelefoon, je cassetterecorder, om je heen muziek van Bassie&Adriaan, je
kaartspel waarvan je de kaarten na elk nummer of lied oppakt en omdraait, je
kletst, zoals altijd, honderd uit, praat
programma’s aan elkaar, je lach schatert door het hele huis en je omhelst en
knuffelt als we weer eens bij je zijn. Ja je hebt het geweldig naar je zin bij
Annie en Cock en je nieuwe zussen Tamara en Anoushka. We zijn blij met jullie
gezin. We kijken er naar uit als je komt logeren en breng je dezelfde sfeer mee,
je bandjes, je muziek je pret, je praatjes, je luidkeels meezingen, onze jongens
zijn niet bij je weg te slaan. Hillegom, Heerlen, Maassluis en Amersfoort,
het is één groot logeerfeest en ieder mens is je vriend. En: hoe
gevaarlijker de achtbaan hoe liever je dat is.
Ik sta nog wit
weggetrokken aan de kant en hoewel er nog rijen mensen staan te wachten op hun
beurt, vraagt de man aan Ron, wil je nog een keer? Zij begrijpen elkaar. Ik roep
nog veel plezier Ron maar nee, de begeleiding moet mee.
Ron lacht het uit. En je geniet. Je geniet zoals altijd. Zoals alleen jij
dat kan doen. Je geniet van de
lachbuien met Johanna op je verjaardag, je
geniet van de wandelingen met Dick, je geniet van het toneel als verstrooide
professor, je geniet van je koor de Zonnestralen,
je geniet van Woutershof, je geniet
van je kleinste neefjes en nichtjes, kortom je bent een 1ste klas
levensgenieter en het leven geniet van jou.
Ziekenhuizen blijven wel
een vertrouwd beeld geven net als zorg en verzorging. Na 17 jaar,
zie ik weer ogen van een moeder met verdriet en tranen, weer je afgeven
aan vreemde mensen. Echte liefde kan, om bestwil, loslaten. Nu naar
t’Veld, waar je net als bij Annie, volle aandacht en verzorging krijgt en
worden de vreemde mensen nieuwe
vrienden.
Woensdag avond Ron
opgenomen. Er klopt iets niet aan
het bericht. Ik weet niet wat het is. Ron is zo vaak opgenomen, symptomen lijken
zo vertrouwd. Altijd is het weer goed gekomen. Ook na de fase van intensive
care. Z’n 40st verjaardag is vorig jaar toch groots gevierd? Hoezo
een levensverwachting van 20 jaar? Met Ron gaat het prima. En toch voel ik
donkere wolken. Nu staan we hier.
Wat is het hard gegaan. Nauwelijks te geloven. We hebben afscheid genomen, maar
kon je niets meer zeggen. Je was al ver weg. Gelukkig maar. Daar zagen we je als
altijd: lief en aanhankelijk.
Straks zien we weer een
auto de straat uitrijden. Eentje die we helemaal niet zouden willen zien. Weer
moeten we je loslaten, je weer
afgeven. Nu in de handen van jouw Goede Herder, onze God, Vader van vrede en
geborgenheid.
Ron, je hebt nooit een
cursus gehad, geen scholing of training over hoe je met mensen om moet gaan.
Toch was je daar, ondanks beperkingen, ons daarin een voorbeeld. Je warmte en
hartelijkheid deed iedereen smelten. Niemand was je te gek, aan niemand stelde
je eisen. Alles sloot je in je hart. Op een stuk vlees heb je nooit kunnen
kauwen, hard rennen of zelfs gewoon lopen was niet mogelijk, maar daar over
klagen heb ik je nooit gehoord. Hoe zo gehandicapt? Ik wilde dat er veel meer
Ronnen waren, wat zou de wereld dan veranderen, wat zou er veel liefde zijn. Wat
zullen we je missen. Heeft God de
mens niet zo bedoeld?
18 februari 2006
Jan